De heilige Columba

Geschiedenis van Columba en ontstaan Keltisch christendom

St Columba
De heilige Columba, ofwel: St. Columba genaamd binnen de Keltische kerk, werd geboren in het Ierse Donegal in 521 en overleed op het eiland Iona op zondag 9 juni 597. Volgens droomde zijn moeder voor zijn geboorte dat haar zoon een profeet zou zijn en veel zielen naar het hemelse koninkrijk zou leiden. Na zijn geboorte werd hij gedoopt met de naam Colum, wat van het Latijnse ‘columba’ afstamt en duif betekent. Van jongs af werd hij in de kerk als een begeesterd iemand gezien en zo kreeg hij de bijnaam Columcille, wat ‘duif van de kerk’ betekent.

Familie van adel
Columba groeide op in een familie van adel. Het Keltisch-christendom was door St. Patrick in Ierland verspreid en zodra hij oud genoeg was werd hij naar een kloosterschool gestuurd. Na een tijd diaken te zijn geweest vertrok hij om door te leren, leergierig als hij was. Hij kreeg les in de literatuur en mythes van het oude Ierland. Daarbij ontwikkelde hij een liefde voor poëzie en oefende zijn retoriek. Omdat Columba tot de elite behoorde moest hij grote gedeelten uit de Heilige Schrift uit zijn hoofd leren en gedeeltes van de heilige manuscripten kopiëren. In deze tijd - hij was inmiddels al priester – vertrok hij naar het noorden van Ierland om daar spirituele centra op te richten waar onderwijs in de Schrift werd gegeven en zending werd bedreven. Zijn passie voor en kennis van de Druïdische tradities hielpen hem in het bekeren van hele stammen.

Vulgaat
Zijn leergierigheid bracht hem echter in de verleiding het manuscript van de Vulgaat (waarvan enkel de evangeliën), die Bisschop Finbar meegenomen had toen hij terugkwam van zijn reis uit Rome, te kopiëren. Hij deed dit in het geheim; Finbar kwam erachter en bracht hem voor de koning. De traditie vertelt, dat Columba zijn mannen opdracht had gegeven tegen de koning ten strijde te trekken. Drieduizend man kwamen om het leven en Columba werd ter dood veroordeeld. Het verhaal gaat dat er net zoveel mensen tot geloof waren gekomen als er om het leven waren gekomen. Dit leidde ertoe dat het vonnis werd ingetrokken.

In ballingschap
Even later verliet Columba op tweeënveertigjarige leeftijd met twaalf man zijn thuisland. Er gaan verschillende verhalen de ronde waarom Columba vertrok. De meest aannemelijke is dat Columba in ballingschap gestuurd werd. In de Ierse traditie is ballingschap een reis, die als offer om Jezus’ wil werd gezien overeenkomstig de innerlijke reis van de ziel, ook wel bekend als peregrinatio. Zoals gezegd kwam Columba met zijn twaalf volgelingen aan op het eiland Iona op de vooravond van het Pinksterfeest. Hij kreeg toestemming van de plaatselijke vorst om zich daar te vestigen. Het eiland heette toen nog ‘I’, of ‘Hi’, wat ‘eiland’ betekent in het Gaelisch. Al gauw kreeg het de naam ‘I-Colum-Cille’, pas later kreeg het eiland de naam Iona. Columba stichtte een kloostergemeenschap op de noordoostkust van het eiland, aan de kant van het  eiland Mull, op de plaats van een oude druïdetempel. Iona werd namelijk voor Columba’s komst Innisnan-Dhruideach, het eiland der druiden, genoemd (MacLeod, 1978).

Zendingsgemeenschap
Iona zou één van de grootste zendingsgemeenschappen van de Keltische kerk worden en ook één van de belangrijkste centra van cultuur en wetenschap. De kloosterlingen leefden van wat het werk van hun eigen handen opbracht, ze hadden akkers en bevisten de zee. Er zijn sommigen die zeggen dat het een verbastering is van het Pictische ‘ioua’. Anderen zeggen dat het uit het Hebreeuws komt, omdat ‘ioua’ duif betekent. Het meest aannemelijk vind ik de uitleg dat het eiland in Columba’s dagen ‘Io’ heette, vernoemd naar het vroege Ierse ‘Io’ wat voor taxusboom staat. Onderzoek heeft uitgewezen dat het eiland voor een deel begroeid was met deze bomen.

Book of Kells
Daarnaast werkten ze vermoedelijk aan het prachtige manuscript de ‘Book of Kells’. Al gauw groeide de gemeenschap uit tot zo’n honderdvijftig man. Columba staat bekend om zijn ‘healing powers’, gedichten en zendingsdrang. Zijn werk hield bij zijn dood in 597 niet op: tot op heden wordt hij als een groot voorbeeld gezien en worden zijn werken nog vaak aangehaald. Zo wordt het volgende gebed van Columba aangehaald:

‘Heerlijk, denk ik, is het te zijn in de schoot van een eiland,
op de top van een rots, opdat ik daar vaak de rust van de zee mag zien.
Opdat ik de hoge golven over de glinsterende oceaan mag zien rollen,
terwijl zij een lied zingen voor hun vader tijdens hun eeuwige voortgang.
Opdat ik het gladde strand van duidelijk zichtbare landtongen mag zien, niet in nevelen gehuld;
opdat ik de stemmen van wondere vogels mag zien, hun blijde weerkerende zang.
Opdat ik het geluid van de woeste golven tegen de rotsen mag horen;
opdat ik de schreeuw bij het kerkhof mag horen, het geluid van de zee.
Opdat ik de prachtige zwermen vogels boven de oceaan vol water mag zien;
opdat ik haar machtige walvissen, de grootste der wonderen, mag zien.
Opdat ik haar eb en vloed mag zien, zoals zij komen en gaan;
opdat dit mijn naam mag zijn, een geheim dat ik vertel: ‘Hij die Ierland de rug toekeerde.’
Opdat ik de Heer mag loven die macht heeft over alles,
de hemel met haar reine engelenschaar, de aarde, eb en vloed.’

Leest u ook:

On the Fringe
Geschiedenis van George MacLeod

Vindt u dit interessant en wilt u meer weten? Klik dan op de contact button.

Contact